de Friese vlag

Mijn over-overgrootvader Anne Bouwes Faber (1798-1873) was hoefsmid en had een smederij in de gemeente Tietjerksteradeel ( ten oosten van Leeuwarden ).

Hij was in 1825 in die gemeente getrouwd met Akke Gerks Huisma en zij kregen een hele reeks kinderen, waarvan Bouwe Annes en Gerke Annes, mijn overgrootvader, eveneens smid werden. Gerke Annes (1838-1922) had zijn smederij in Beetsterzwaag, een plaatsje tussen Heerenveen en Drachten. Hij trouwde in 1866 met Ytje Taekes Meek (1833-1888), dochter van Teake Jans Meek en Aukje Molles Postma. Gerke en Ytje kregen twee zonen : Anne Gerkes ( de latere notaris ) en Taeke, die ook hoefsmid werd in Beetsterzwaag. Zie de kaart hieronder.

kaart van zuid-oost Friesland

Taeke was een veelzijdig man, want naast de smederij verkocht en repareerde hij ook rijwielen en later maakte hij zelfs diverse soorten schaatsen ( 26 verschillende modellen ! ), waaronder bijvoorbeeld de "Friese doorloper".

Één van de schaatsen van Taeke Faber

Via een oud-collega van mij, die bij een antiquair in Schoonhoven bij toeval zwierschaatsen van T. Faber uit Beetsterzwaag tegenkwam, ben ik in het bezit gekomen van die schaatsen ! Onder "Curiosa" ziet u foto's van deze schaatsen.

Woonde Taeke eerst achter de smederij van zijn oom Bouwe Annes in de Hoofdstraat, na het overlijden van zijn oom betrok hij diens woning.
Taeke was op 15-5-1897 getrouwd met Symkje van der Wei ( geb. 1873 ), die echter na de geboorte van het vijfde kind, Anne Bouwe, op 14-11-1910 op 37 jarige leeftijd overleed. Zo'n 7 maanden later, op 10-6-1911, trouwt hij met de inmiddels voor de opvoeding van de kinderen aangetrokken huishoudster Minke van der Veer (1878-1944), van wie gezegd kan worden, dat de verhouding, die zij met de stiefkinderen had, niet al te best was.
Hierover later meer.

De dochter van mijn over-overgrootvader Anne Bouwes Faber, Tettje Annes Faber (1833-1919), was in 1861 getrouwd met Jochum Vrijburg (1839-1909). Zij kregen diverse kinderen, waarvan er twee, Bouwe (1871-1967) en Anne (1863-1941), als veeartsen - als eersten van de Faber familie - in Indonesië werkzaam zijn geweest. Dit is ook de aanzet geweest van de Fabers, die naderhand naar Indonesië zijn vertrokken ... !


Notaris Faber

Anne Gerkes Faber ( opa ), 1869-1945, notaris te Langweer

De broer van Taeke, Anne Gerkes Faber, de vader van mijn vader dus, is op 17-12-1869 in Beetsterzwaag geboren. In juni 1895 was hij in Beetsterzwaag getrouwd met Betje Dijkstra ( 10-10-1870 / 3-5-1907 ).

Het briefpapier logo van de notaris

Hij studeerde voor notariaat en kreeg na zijn studie een functie als kandidaat-notaris in Vlissingen, waar Anne en Betje direct na hun huwelijk heen trokken. Daar zijn op 17-1-1896 Emmy en op 2-2-1897 mijn vader, Gerard Taco, geboren. In 1899 wordt het derde kind geboren : Otto Gerard Faber. Hij overleed echter één jaar later ! Hierna trok Anne met het gezin naar Utrecht in de Donderstraat in de functie van kandidaat-notaris. Na een korte periode vertrekt eerst Anne begin 1904 terug naar Friesland door zijn benoeming als notaris aldaar en enige tijd later betrekt het gezin het pand aan de Osingalaene 1 in Langweer, een plaats aan het meer "de Langweerder Wielen", ten westen van Joure ( zie kaart hierboven ).
Anne en Betje worden 31-3-1904 officieel ingeschreven in het bevolkingsregister.
Anne zou er zo'n dertig jaar blijven wonen.

Anne Faber op jongere leeftijd      Betje Dijkstra

In Langweer worden nog twee kinderen geboren : Otto Onno Faber op 14-7-1905 en Ida Johanna Faber op 3-3-1907.
Zowel Gerard als Otto hebben het Gymnasium in Sneek doorlopen. Gerard van 1912 tot 1920 en Otto van 1919 tot 1924. Gerard ging voor een studie rechten ( notariaat ) in oktober 1920 naar Leiden en woonde daar op het adres Hoogewaard 165. Hij zou zijn studie niet afmaken, want in november 1926 vertrekt hij naar Indonesië. In maart 1927 gevolgd door zijn broer Otto.

Ymkje Dijkstra, een dochter van Bauke Atzes Dijkstra ( een broer van Betje ) en Ymkje Baukes Westerterp, kwam 2 april 1904 als dienstmeisje werken bij haar oom. Zij was geboren op 27-9-1886 in Beetsterzwaag. Nadat Akke Fortuin als dienstmeisje op 19-4-1910 van Sneek naar Langweer kwam, verhuisde Ymkje op 14-6-1910 naar Den Haag.

Langweer

De Nemo rechts tijdens een wedstrijd op het Pikmeer in 1909

In Langweer leefde het gezin Faber bovengemiddeld : ze hadden een auto, een tjotter de "Nemo" - in 1908 laten bouwen - en later een boeier, de "Stânfries", met welke boten mijn opa en vader vaak hebben gezeild, en noem maar op.

Mijn vader had zelfs een motor ( kenteken B-3981 ) en door de manier van rijden werd hij in de omgeving "de razende dood" genoemd !

Oude kaart met Langweer links midden

Met de "Nemo" ( het Latijnse woord voor "niemand" ) won mijn opa geregeld wedstrijden. Hij deelde deze boot met een goede vriend van hem, de huisarts Age Wijma, die in december 1907 de huisartsenpraktijk van dr. Thijs de Walle in Langweer had overgenomen. Het zoontje van dokter Wijma, Daan Wijma, heeft nog een poos bij mijn grootouders in Langweer gewoond ( van 4 juni 1924 tot 12 september 1927 ). In 1918 werd de "Nemo" verkocht en kocht Anne voor zichzelf de Friese boeier "De Stânfries", gebouwd in 1873.

De Fabers met de Wijma's in de auto voor
 het huis in Langweer

De auto van opa was één van de eersten in Langweer en had het kenteken B-392, vijf dagen later uitgereikt dan het nummer B-390 van zijn vriend Wijma, 12-6-1909 toegewezen. De "B" stond voor Friesland. In de auto op de foto hierboven zien we Anne Faber achter het stuur en zijn vriend Wijma naast hem. Op de achterbank zitten de vrouw van Wijma en met witte muts Akke.
In juni 1911 kreeg opa toestemming om een garage te bouwen achter zijn huis, de eerste auto garage in Langweer ! Hij reed trouwens niet zelf, want hij had een chauffeur in dienst.

Mijn vader zat in het voorlopige bestuur van de tennisclub in Langweer toen die in 1921 werd opgericht. Notaris Faber stelde toen belangeloos een stuk grond ter beschikking voor de aanleg van die tennisbaan.

Over de Stânfries is nog een leuke anekdote te vertellen : toen mijn pa met een stel vrienden met deze boot aan het zeilen was en de drank al redelijk in de bol was geslagen, hebben ze het hele servies aan soep-, gebaks- en eetborden over één van de meren in Friesland gezeild ( wie het verst kon komen ! ). Het servies wordt misschien t.z.t. nog eens opgedoken !

Het noodlot sloeg toe, toen Betje, drie jaar nadat ze in Langweer het huis hadden betrokken, in mei 1907 op 36 jarige leeftijd overleed aan TBC, twee maanden na de geboorte van dochtertje Ida. Mijn vader was toen 10 jaar.

Anne en Betje hadden vier jonge kinderen : Emmy ( geb. 1896 ), Gerard Taco ( geb. 2-2-1897 ), Otto Onno ( geb. 15-7-1905 ) en Ida Johanna ( geb. 3-3-1907 ).

Gerard en Emmy in Utrecht      Ida en Gerard in 1909      Otto in 1905      Ida en Otto in 1910     

Aan de huishoudster Akke Fortuin, een nicht van Betje, is toen gevraagd of zij voor de kinderen wilde zorgen, maar zij wilde dat alleen als ze met Anne zou trouwen. Dat is gebeurd. Dit huwelijk bleef verder kinderloos. Zie de eerste foto hieronder met staand : Gerard, Akke, Anne en Emmy en zittend : Ida, de vader van Anne ( Gerke Annes Faber, 1838 - 1922 ; mijn overgrootvader, dus ), de ouders van Akke ( Hiltje Fortuin-Meek ( overleden 25-5-1930 ) en Jacob Fortuin ( 23-4-1844 / 10-3-1935 ) ), en Otto met poes. ( foto ingekleurd door Gerard Taco )

De familie achter in de tuin in Langweer

Anne Faber en Akke Fortuin      Gerard Taco Faber op jonge leeftijd      Otto, Emmy, Anne, Akke en Daan, de zoon van dr. Wijma      Ida, Anne, Emmy en zoon Daan van dr. Wijma in Langweer

Begin oktober 1917 sloeg het noodlot weer toe. Ytje ( ook wel Ietje ) Faber, een dochter van zijn broer Taeke Faber - de hoefsmid, rijwiel- en schaatsenfabrikant uit Beetsterzwaag - en sinds augustus 1916 dienstmeisje bij de familie van haar oom, verloor in Langweer op tragische wijze haar leven. Op weg naar de zuivelfabriek liep zij, waarschijnlijk misleid door de duisternis, de haven in. Iemand op het Streekje had nog wel een zwakke hulpkreet opgevangen, maar toen was het al te laat. Zij was nog maar 16 jaar !

Er gaan geruchten, dat het zelfmoord was ... De verhouding met haar stiefmoeder Minke van der Veer was slecht. Na dit noodlottig ongeval heeft een hardnekkig roddelcircuit Teake genoodzaakt om zijn smederij en schaatsenfabriek te verkopen ! Hij vertrok, na nog een paar jaar aan de overkant van de smederij te hebben gewoond, zelfs uit Beetsterzwaag op 6-2-1919 naar Apeldoorn. In het najaar van 1921 begeleidde Teake zijn zoon Dirk Jacob op zijn reis naar Bandung in Indië, waar Taeke's neef, Bouwe Vrijburg, al zo'n 28 jaar woonde.