Geschiedenis

palmen ...

palmen ...

palmen ...

Nu we toch terugkijken in de geschiedenis, maak ik van de gelegenheid gebruik om mijzelf een beetje voor te stellen en iets van mijn verleden bloot te leggen, omdat het toch een interessant verhaal is ....

Ik ben op 20 maart 1950 ( samen met mijn tweelingzus Margreet ) in Bogor op West-Java geboren uit Nederlandse ouders. Mijn broer Gerke was toen al 1 Ĺ jaar.

Zie de kaart van West Java hieronder met Bandung in het midden en Bogor links.
Tussen Bogor en Bandung, dicht bij Bogor, ligt Pacet, waar we gewoond hebben, wat de kaart daarna beter laat zien ...

kaart West-Java tussen Bogor en Bandung

kaart Pacet en omgeving West-Java

Mijn moeder, Margaretha Wilhelmina van Beek, is in Amsterdam geboren en heeft haar jeugd grotendeels in Uddel op de Veluwe doorgebracht.

Zij is op 35 jarige leeftijd als verpleegster van het Rode Kruis in 1947 naar IndonesiŽ gegaan om mensen daar te helpen. Daar kwam ze mijn vader, die toen al 51 jaar was, tegen, waar ze al snel mee trouwde en kinderen kreeg.
Mijn vader, Gerard Taco Faber, heeft 28 jaar in IndonesiŽ gewerkt als planter : aardappelen, groente en fruit en later kwamen daar zelfs Friese stamboek koeien bij.
Hij is in 1926 als 29 jarige naar IndiŽ vertrokken omdat hij na zijn studie notariaat niet onder de klerk wilde werken die bij zijn vader op kantoor zat. Zijn vader, Anne Gerkes Faber, mijn opa dus, was notaris in Langweer in Friesland en wilde niet ingaan op de verzoeken van mijn vader. Dit liep op zoín ruzie uit ( koppige Fries ? ) dat mijn vader zijn studie er aan gaf en een brief stuurde naar zijn oom Bouwe Vrijburg, die als veearts al lange tijd werkzaam was in IndonesiŽ, of hij niet daar kon komen om te werken.
Bouwe Vrijburg was een zoon van Jochum Vrijburg en Tettje Annes Faber, die weer de dochter was van Anne Bouwes Faber - mijn over-overgrootvader - ( 1798-1873 ). Oom Bouwe had ook een fokvee bedrijf in IndonesiŽ en zou mijn pa de kneepjes van het vak wel bijbrengen.
Dus knapzak inpakken en met de boot naar IndiŽ ! Wat een stap !

bos in IndonesiŽ ...

Zoals hiervoor beschreven, was de lezing van mijn vader zelf.

Maar het meest waarschijnlijke is, dat zijn vader, mijn opa dus, hem gewoon naar IndonesiŽ gestuurd heeft, vanwege de slechte resultaten met zijn studie ! Hij hield meer van feesten, zeilen, motor rijden en lol maken, dan van studeren. Zo heeft hij een keer met zijn motor ( met Jan Poepjes achterop ) de reeds opengaande brug willen "bedwingen", maar belandde helaas met motor en al in het water. Jan Poepjes heeft sindsdien mank gelopen !

Nadat hij voor zichzelf een landbouwbedrijf had op gericht en deze daarna met zijn later overgekomen broer Otto had uitgebreid, kwam hij zijn eerste vrouw, een Indonesische, tegen waar hij drie kinderen - twee jongens en een meisje Ė bij kreeg.

Zij was een jaar of 14 en hij 39 !! Ze hielden verschrikkelijk veel van elkaar, maar toen de tweede wereldoorlog uitbrak, veranderde de situatie drastisch !
de "Jappen tijd"

natuur in IndonesiŽ ...

graf van Anne Gerkes Faber ( opa )

graf van Akke Faber-Fortuin ( vrouw van Anne )

graf van Onno ( broer van mijn vader )

Nadat de Jappen in 1942 de hele Indonesische archipel wilden veroveren werden veel buitenlanders in kampen opgesloten. Zo ook mijn vader, die zich in leven wist te houden met rode lombokjes, want het kommetje rijst wat je per dag kreeg was geen vitamine bron !

Toen hij jaren later met hongeroedeem het kamp uitkwam, nadat de Japanners het land waren uitgejaagd, bleek zijn Indonesische vrouw met een IndonesiŽr samen te wonen. Dit moest wel, om haar kinderen te beschermen. Als je namelijk geen IndonesiŽr was, kon je opgepakt worden en in het ergste geval zelfs vermoord. De kinderen kregen in die tijd ook Indonesische namen in plaats van Otto, Onno en Akke.
Zijn ouders, die hij vůůr de oorlog over had laten komen en het zo mooi vonden in IndonesiŽ, dat ze er zijn gebleven, bleken allebei in een Jappenkamp te zijn omgekomen ! Zijn broer Otto, die hij al eerder naar IndonesiŽ over had laten komen, was in de tussentijd opgepakt en naar de Birma spoorlijn gestuurd, waar hij later aan dysenterie is overleden, zoals zovelen.
Zie de grafzerken hiernaast.
 , , , , Anne Gerkes Faber 17-2-1869 tot 4-3-1945 ( opa )
 , , , , Akke Faber-Fortuin 4-4-1888 tot 4-8-1945 ( vrouw van opa )
 , , , , Otto Faber 14-7-1905 tot 4-3-1943 ( broer van mijn vader )

Na de oorlog probeerde mijn pa zijn bedrijf weer op poten te zetten, wat ook lukte.

Echter, voor en na de soevereiniteitsoverdracht aan Sukarno in 1949 ( politionele acties ! ) werd het voor Nederlanders steeds gevaarlijker. Woonden mijn ouders eerst in Pacet - een dorpje tegen een berg aan vlak bij de Puncak pas - in 1950 moesten zij vluchten naar het wat rustiger Bandung, waar we nog vier jaar gewoond hebben op de Dagoweg. In Pacet waren zelfs buren vermoord en ons huis is daar ook acht (!) keer ďgerampoktĒ, wat wil zeggen, dat het hele huis werd leeggehaald, tot en met de luiers toe, door Indonesische roofbendes. Had mijn vader de aardappel opbrengst ís avonds mee naar huis genomen, dan hoefde hij dat de volgende dag niet meer naar de bank te brengen, omdat diezelfde avond het hele huis omsingeld was door een met stenguns gewapende bende die de opbrengst opeiste ( verraad ).
En probeerde er maar niet er iets tegen te doen, want je werd zo ďomgelegdĒ. Zelfs trouwringen moesten afgegeven worden en als die niet van de vinger ging, hakten ( potong ) ze Ďm er gewoon af!
De terugreis

drie kleine kleutertjes voor de Neptunia met pa bij vertrek naar Holland ...

In 1954 zijn wij berooid met de boot de ďNeptuniaĒ teruggegaan naar Nederland, via het Suez-kanaal naar Genua in ItaliŽ en van daaruit verder met de trein. Gelukkig nog wel met veel Indonesische spullen en huisraad.

In Nederland werden we opgevangen in diverse centra in Ellekom, Bennebroek en later een pension en een eengezinswoning in Baarn, waar ik zoín 16 jaar gewoond heb.

Terug naar IndonesiŽ

Gerke & Engelbert met de Ųude

Het oude huis in Pacet met vijver, west Java

Het oude huis in Pacet, west Java

Na mijn HTS examen in 1977 ( mijn vader was in 1975 al overleden op 78 jarige leeftijd ) ben ik met mijn broer voor een maand op vakantie naar IndonesiŽ gegaan en zouden we ook gaan zoeken naar waar wij gewoond hadden.

Toen we in het Puncak-pas hotel zaten, was er een oude man, Entjoen geheten, die ons nog gekend had als kleine kindertjes en hij zou ons de volgende dag naar het huis in Pacet ( spreek uit : ďpatjetĒ ) brengen. Zie foto's hiernaast !
Wie woonde daar sinds twee maanden ? Onze halfzus Akke ( nu Kusmirha ) !!!
Kom je na 23 jaar bij je vroegere ouderlijke woning aan, woont je halfzus er sinds kort !
Omdat zij geen of weinig Engels spraken en wij heel weinig Bahasa Indonesia was het in het begin wat moeilijk converseren. Maar ze begrepen wťl meteen, dat wij de zonen van pa Faber waren, dus dat werd meteen een hele ďkoempoelanĒ ( = samenkomst ) met de rest van de familie en hun kinderen, die qua grootte trapsgewijs omhoog liep. Dus ook de twee halfbroers Otto en Onno en zelfs hun moeder Sita Aminah ( de vrouw van pa Faber dus, die toen nog steeds in leven was ! ) werden opgetrommeld om deze wel zeer aparte gebeurtenis mee te maken.

In het oude huis in Pacet was de tijd stil blijven staan : er was niets veranderd en er was in al die tijd ook niets aan gedaan. De boekenkast van mijn vader stond er nog met zijn boeken erin !

De enigen die er in gelezen hadden, waren enkele boekenwurmen ....
Later bleek, dat zelfs het huis en alle landerijen ook nog steeds op mijn vaders naam stonden !! Via de rechtbank hier hebben wij afstand daarvan gedaan en gepoogd om het in hun bezit te laten komen. Maar ja, zoals het vaak gaat in die corrupte landen : als je geen geld onder tafel steekt of je hebt geen vriendjes in hogere kringen, dan krijg je niets voor elkaar ! Tot op heden is het nog steeds niet gelukt !